donderdag 9 september 2021

Dag17 – dinsdag 7 september: Lanjuéols

Vannacht werd ik wakker doordat er een zeer luidruchtig feest aan de gang was bij de bovenburen. Ben je zo ongeveer helemaal alleen op de wereld, heb je dat weer. Bij nader onderzoek bleek het te gaan om een zogenaamde bird party, op z’n Hollands gezegd een vogelfeest. Omdat ik helemaal geen vogelkenner ben, een mus van een mees onderscheiden lukt nog net maar daarmee houdt het op, laat ik het qua deelnemers bij uilen en roofvogels. Die twee herken ik dan trouwens wel, als soort dan. Valt het toch nog een beetje mee.

Van vogels naar bomen is een kleine stap. Gisteren, op het plein in Millau, werden de platanen geïnspecteerd. Na grondig onderzoek werden er dikke takken, stammen kun je beter zeggen, afgezaagd. We konden daarna heel goed zien dat ze helemaal hol waren van binnen en dat dit dus een broodnodige actie was. Levensgevaarlijk als je daar bij een stevige herfststorm onder zit! Onze fluitende ober stelde ons gerust: wij zaten onder hele gezonde exemplaren. Dat hebben we toen maar voor kennisgeving aangenomen.

Vandaag maakten we een rondrit. Gisteren hadden we bij het plaatselijke Bureau de Tourisme een paar goede overzichtskaarten gekregen, van zowel de Cevennen als de Causses. Aan de hand van deze kaarten stippelden we een mooie route uit, o.a. langs de Mont Aigoual. Het kwam ons ergens bekend voor maar we konden het niet direct plaatsen.

De eerste stop was in het dorpje Meyrueis. Als kind was ik daar ooit met mijn ouders geweest, en later heb ik er ook zelf een paar keer in de buurt gekampeerd op een terreintje aan de Tarn. Zou ik er nog iets van herkennen? Nou nee, helemaal niets! Het was zoals zovele bergdorpjes in een dal: een hoofdweg, een paar terrassen aan en over het water, een bakker en een kleine supermarkt en dat was dat. Het was het dichtstbijzijnde dorp vanuit de camping en dat betekende een klein half uurtje kronkelen over de bochtige bergwegen. Als je een pakje boter vergeten bent best een eind weg dus. We vonden er niet veel aan. Dat konden we niet zeggen van de omgeving, die is echt ontzettend de moeite waard! Er was ook haast geen sterveling onderweg zodat ons een potje achteruitrijden over een smalle weg langs een afgrond bespaard bleef.


Op een goed moment, we reden richting Mont Aigoual, zei Bert ‘hé, hier waren we twee jaar geleden ook!’. Ach ja, klopte natuurlijk. We hadden toen gekampeerd op een klein campinkje, Mas Carrière geheten. Een boerenbedrijfje waar je ook de specialiteit van de regio kon kopen: gele uien. Niet gedaan trouwens, maar we stonden er mooi aan een riviertje. Goed, we zijn toch maar naar boven gereden. Daar misten we de beloofde berg: er hing een wolk omheen! We zaten dus ook letterlijk in de mist. Ach, het had ook wel weer wat. Ooit, bijna een halve eeuw geleden, liepen we in Noorwegen een tocht in Jotunheimen, de Besseger graat, tussen Memurubu en Gjendebu. Het Gjendemeer ligt laag, het Bessvatnet veel hoger. We liepen daar met volle bepakking, dus tent en alles bij ons. Vlak voordat we op de graat kwamen hulde de berg zich in dichte mist. Verdergaan was levensgevaarlijk, je kon nog geen vijf meter vooruitkijken. Er zat dus niets anders op dan de benzinebrander tevoorschijn te halen, thee te zetten en te wachten tot het over was. Na ruim anderhalf uur liet de zon zich weer zien en konden we onze weg vervolgen. Als ik nu de beschrijvingen van die tocht lees snap ik niet dat ik het überhaupt gedurfd heb, met mijn hoogtevrees. Maar ik weet wel dat ik het toen erg mee vond vallen. Je moest alleen uitkijken dat je met het uitwendige frame (andere had je niet) van je rugzak niet ergens achter bleef haken.

Bij het naar beneden rijden werd het zicht allengs beter en konden we weer optimaal genieten van de schoonheid om ons heen. Terug bij de tent maakten we een simpel maaltje met vooraf een glaasje en een kaasje. Benieuwd of de bovenburen vannacht wéér de bloemetjes buiten gaan zetten. Het telefoonnummer van Meldpunt Overlast ligt binnen handbereik.

  

 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten